Zeeforel (Salmo trutta trutta)

Classificatie en namen
Vis; orde: orde: Salmoniformes (zalmachtigen); familie: Salmonidae
(zalmen)

Nederlands ook: schotje en schotzalm
Engels/English: Sea trout, Salmon trout en Brown trout (V.S.)
Frans/Français: Truite de mer
Spaans/Español: Trucha fario
Duits/Deutsch: Meerforelle

Beschrijving
De rugvin van de zeeforel heeft 12-14 stralen en de anaalvin 10-12 vinstralen.
Er zijn 13-18 aanhangsels aan de eerste kieuwboog, waarvan de bovenste en de
onderste kort en stevig zijn. De staartwortel is hoog en zijdelings afgeplat.
Verder reikt de bovenkaak duidelijk voorbij de achterrand van de ogen.
Kenmerkende verschillen tussen Salmo trutta trutta (zeeforel) en Salmo
salar
(zalm) zijn het aantal rijen schubben boven de zijlijn en langs de
zijlijn. De zeeforel heeft 14-17 rijen schubben boven de zijlijn tot de vetvin,
terwijl de zalm 10-13 van deze rijen schubben heeft. Het aantal schubben langs
de zijlijn is resp. 120-130 en 109-120. Ook heeft de zeeforel een dikkere staartwortel
en heeft hij een grotere kop dan de zalm. Tenslotte is de zeeforel bruin van
boven, in tegenstelling tot de zalm.
Kleur: In zee is de bovenzijde bruingrijs, de zijkanten
zilverkleurig en de onderzijde wit. Er zijn donkere rode en kleine zwarte vlekken
op de kop, lichaam én staartvin te zien.
Lengte: 70 cm (max. 140 cm).
Gewicht: kan tot 20 kg zwaar worden.

Verspreiding
Het oorspronkelijke verspreidingsgebied van de zeeforel beslaat de oostelijke
Noord Atlantische Oceaan, de Noordzee en de Oostzee. Daarnaast komt de zeeforel
ook van oorsprong voor in Noord Afrika en west Azië. In vele landen is
deze vis uitgezet, o.a. in Noord Amerika, waar deze soort als plaag beschouwd
wordt.
In Nederland wordt de zeeforel regelmatig in het stroomgebied van de Rijn, het
IJsselmeer en voor de Nederlandse kust aangetroffen. Een onderzoek naar gemerkte
zeeforel (Rijkswaterstaat, 2002) trof deze vissen aan bij Kornwerderzand, Den
Oever/Afsluitdijk, Nieuwe Waterweg en de Haringvlietdam.
Het verschil in verspreiding met de zalm is dat de volwassen zeeforel dichter
bij de kust leeft dan de zalm.
Migratie: Zeeforellen zijn anadroom. Dit betekent
dat de voortplanting plaats vindt in zoetwater en het dier volwassen wordt in
zee.

Habitat
Zeeforellen hebben bij het paaien voorkeur voor koude, zuurstofrijke bovenstroomse
wateren, bij voorkeur grotere stromen in de bergen met beschutting zoals rotsen,
overhangende rivierbanken en overhangende planten. De watertemperatuur moet
tussen 0 en 16°C zijn en de zuurstofgehalte van het water moet hoog zijn.
Daarnaast moet de stroomsnelheid niet sneller zijn dan 0,25 meter per seconde,
anders spoelen de eitjes en larven weg. Bovendien heeft de zeeforel een voorkeur
voor bodems van zand of fijn grind, dat omgewoeld wordt om de eitjes te bedekken.

Voedsel
De zeeforel eet kleine schaaldieren, insecten, kleine vissen en wormen.

Gedrag en voortplanting
Foerageren: De zeeforel gebruikt voornamelijk de kustzone
voor het zoeken naar voedsel.
Sociaal gedrag: In de juveniele stadia zijn deze vissen
territoriaal.
Mobiliteit: De Zeeforel is een sterke zwemmer en kan
uit het water springen. Hij kan een sprintsnelheid halen van 3,4 tot 6,9 meter
per seconde.
Bijzonderheden: De zeeforel en de beekforel (Salmo
trutta fario
) zijn ondersoorten. Het verschil met de zeeforel is dat deze
vorm kleiner is en levenslang in zoetwater verblijft. Beekforellen en zeeforellen
kunnen met elkaar paaien. Daarnaast is er overlap in paaigebieden met de Atlantische
zalm, waardoor 1-3% van de nakomelingen hybriden zijn.
Volwassenheid: Met een leeftijd van 3 – 4 jaar is
de zeeforel volwassen.
Voortplantingscapaciteit: Het vrouwtje legt ongeveer
10000 eieren per broedsel.
Voortplantingsperiode: Stroomopwaartse migratie vindt
plaats in de late zomer tot de vroege herfst. Zeeforellen sterven vaak na het
paaien, maar overlevenden kunnen in latere jaren terugkomen om weer te paaien.
Larven (dooierzakstadium of alevins) zijn bij de geboorte ca. 12 mm en leven
in het grind voor 2-3 weken. Bij een lengte van ca. 25 mm verlaten ze het grind
en worden dan fingerlingen genoemd. Bij een lengte van ca. 25 cm krijgen deze
visjes schubben en strepen en worden ze parr genoemd. Sommige parr (vooral mannetjes)
blijven hun leven lang in zoetwater als beekforel. De rest van de parr blijft
maar 1 – 5 jaar in zoetwater, waarna ze in het voorjaar zowel innerlijk als
uiterlijk veranderen en naar zee trekken. Daar verblijven zij 6 maanden tot
5 jaar als zeeforel en keren daarna terug naar (bij voorkeur hun geboorte-)
rivier. De zeeforel is echter minder trouw aan zijn geboorteplaats dan de zalm.
Levensduur: oudste bekend 19 jaar.

Predatie en competitie
Zeeforellen worden gegeten door visetende vogels zoals reigers, zaagbekken en
aalscholvers. Vooral smolts zijn voor deze predatie gevoelig, doordat zij zich
passief stroomafwaarts laten meedrijven. Verder drinken parasitaire vissen,
prikken, van hun bloed.
Er is enige overlap in voedselkeuze met jonge zalmen, waardoor competitie op
kan treden.

Bedreigingen
Tijdens de migratie hebben zeeforellen last van fysieke barrières, zoals
de kustwerken, sluizen, gemalen en waterkrachtcentrales. Ook verlies aan paaigronden
door vervuiling, verwijdering van beschutting (dode takken e.d.) en kanalisatie
zijn bedreigingen voor de zeeforel. Daarnaast worden zeeforellen gegeten door
de mens.

Bescherming
De vangst van zeeforel is verboden in Nederland. Daarnaast stond de zeeforel
op de Nederlandse Rode Lijst als Kwetsbaar, maar is daar in 2004
weer vanaf gehaald.

Aantallen
Zeeforellen nemen weer in aantal toe in Nederland.

Aanbevolen literatuur en bronnen:
H. Nijssen. Veldgids Zeevissen, KNNV, 2001
R.S.K. Barnes, The brackish-water fauna of northwestern Europe,
1994
W.A.M. van Emmerik en H.W. de Nie, 2006, De zoetwatervissen van Nederland.
Ecologisch bekeken
. Vereniging Sportvisserij Nederland, Bilthoven